Mineralen in voedsel

Tarwe is een belangrijke bron voor uw lichaam van mineralen als zink, magnesium, ijzer en koper. Recente studies tonen aan dat het gehalte aan mineralen in tarwe de laatste decennia terug zijn gelopen. Tussen 1970 en 2000 nam het gehalte ijzer af met 10 tot 15 %. Magnesium werd minder met 20 tot 25 % en ook het zinkgehalte kelderde dramatisch met 35 tot 40 %. Als mogelijke oorzaken wordt de manipulatie en selectie op een zo hoog mogelijke opbrengst van tarwe genoemd en uitputting van de bodem. Ook voor groenten geldt [slide 37] dat het gehalte mineralen is afgenomen. De hoeveelheid zink in de groente die u eet nam gemiddeld af met 58%, het magnesiumgehalte verminderde met 34%, calcium met 40%, natrium met 39%, en koper met 72% (1) (2). Deze gemiddelden zijn gemeten in een periode van 1978 tot 1991. Het is onduidelijk of die dalende trend na 1991 doorzet. Wij hebben geen aanvullende studies meer kunnen vinden, maar nader onderzoek lijkt ons wenselijk.

Telt u bij de dalende voedingswaarde een verschuiving in onze eet-en leefgewoontes op en het is niet zo vreemd dat we een tekort aan mineralen oplopen. Zo’n 60% van alle Amerikanen heeft een magnesiumtekort. Volgens het RIVM zijn dat in Nederland 20 tot 30 % van alle inwoners. Ook medicijnen kunnen het mineraalniveau in uw lichaam onbedoeld beïnvloeden. Magnesium verlaat uw lichaam onder invloed van alcohol, anticonceptiva, estradiol, bepaalde antibiotica (tetracycline etc), bloedverdunners, maagzuur remmers, cytostatica, immunosuppressiva en corticosteroïden om er maar een paar te noemen.

Voordat u nu met zijn 4,8 miljoenen naar de drogist rent om extra mineralen te halen enkele belangrijke punten.

Extra mineralen zijn geen lapmiddel voor een ongezonde leefstijl. Bovendien werken niet alle vormen even goed. Van magnesiumoxide zult u vaak en lang naar het toilet moeten. U neemt het nauwelijks op. Mineralen omhuld met een aminozuur, de zogenaamde chelaatvormen, neemt u wel op. Dit zijn magnesiumglycinaat, magnesium threonine, magnesiumtaurinaat, selenium methionine en zinkglycinaat. Klinische studies die keken naar het effect van extra mineralen hielden niet altijd rekening met dit effect waardoor wat onduidelijkheid over de werkzaamheid van magnesium en zink is ontstaan.

Hetzelfde geldt voor de inname van extra omega-3-vetzuren in de vorm van visolie. In visolie zitten twee belangrijke vormen van dat vetzuur. De een heet EPA de ander DHA. Om effectief te zijn moet er 60% meer EPA dan DHA in het supplement zitten, de optimale dagelijkse hoeveelheid EPA is 2 gram (1).

Referenties

1 Evidence of decreasing mineral density in wheat grain over the last 160 years.
Ming-Sheng Fan, Fang-Jie Zhao, Susan J. Fairweather, College of resources and environmental sciences, China agricultural University of Being. School of Medicine University of East Anglia, Norwich2
2 http://www.mineralresourcesint.co.uk/pdf/Mineral_Depletion_of_Foods_1940-1991.pdf
3 Meta-analysis: Effects of Eicosapentaenoic Acid in Clinical Trials in Depression, J Clin Psychiatry. 2011 December ; 72(12): 1577–1584
M. Elizabeth Sublette, M.D., Ph.D.a,b, et al.