Voeding, alcohol

Alcohol is een heel efficiënt molecuul. Het werkt rechtsreeks in op uw zenuwstelsel en één vijfde deel gaat linea recta via de maag uw bloed in. Afhankelijk van wat u gegeten hebt komt het al na een minuut of tien aan in uw hersenen alwaar het feest kan beginnen. In uw zenuwstelsel verstoort alcohol de balans tussen prikkelende en remmende neurotransmitters. Het zet uw hersens op een laag pitje. Alcohol bindt de remmende GABA neurotransmitter extra stevig aan de bijbehorende receptor. Ook stimuleert het de afgifte van nieuwe GABA. Dit gaat ten koste van het magnesiumgehalte in de neuronen, ook bij hele lage concentraties alcohol. Tegelijk blokkeert alcohol de binding van een prikkelende neurotransmitter als glutamaat. Het doorgeven van prikkels wordt geremd. Prikkels voor de aansturing van uw fijne motoriek in het cerebellum bijvoorbeeld. En die voor de vorming van uw geheugen in de hippocampus en uw beoordelingsvermogen. Alcohol maakt het u zo mogelijk stomme dingen te doen, en daar de volgende dag niks meer van te weten.

Alcohol remt ook de vorming van allerlei enzymen en de aanmaak van nieuwe verbindingen in het zenuwstelsel. Nadat de inname van alcohol is gestopt en het spul is afgebroken zal uw zenuwstelsel de onderdrukking van alle prikkels compenseren door extra glutamaat vrij te maken. Ook dit gaat ten koste van de hoeveelheid magnesium in uw neuronen. En zonder magnesium maakt u ook geen ATP waarmee uw ionenpomp kan werken. Dat maakt het herstellen van de balans in elektrolyten moeilijk. Dus voelt u zich beroerd met al die overprikkelde neuronen. Het gehalte magnesium in uw urine is na alcohol consumptie twee tot driemaal hoger dan normaal. Met name alcoholisten hebben een chronisch tekort aan magnesium.