Voeding, suiker en de cel

Suiker is een verzamelnaam voor een hele groep verbindingen en mengsels, de een wat zoeter dan de ander. Een van die vormen, glucose, is onmisbaar voor ons lichaam. Spieren kunnen niet functioneren zonder glucose. En onze hersenen eten botweg onze spieren op als er een tekort aan glucose in het bloed ontstaat. Per jaar eet u gemiddeld 44 kilo suiker via frisdrank, snoep koek, brood, fruit maar ook soepen en sauzen en vlees. Ongeveer 40% daarvan is fructose. Een heel goedkoop te produceren variant van glucose. Fructose geeft u in tegenstelling tot glucose geen gevoel van verzadiging, u kunt het blijven eten. Goed nieuws voor de fabrikant. Maar een overmaat aan fructose is een flinke belasting voor uw lever. Dit orgaan zet fructose om in glycerol of vet en slaat dat op in vetcellen in uw buikwand. Dit buikvet wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, diabetes en zelfs kanker. Gewone kristalsuiker bestaat voor de helft uit fructose.

Een overmaat aan glucose in uw bloed wordt normaal voorkomen door het hormoon insuline. Het zet uw lichaam aan glucose op te slaan in spieren en vetcellen. Naast glucose slaat insuline ook magnesium op in de cellen. (1) Wie langdurig teveel suiker gebruikt loopt de kans ongevoelig te raken voor insuline. Uw lichaam slaat dan de overmaat glucose maar ook het magnesium in het bloed niet goed meer op. Magnesium verlaat dan uw lichaam via een bezoek aan het toilet. Dat is jammer want magnesium is ook noodzakelijk voor de productie van insuline. Een magnesiumtekort kan dus tot insulineresistentie en een lagere insuline uitscheiding van de pancreas leiden (4,5,6).

Chroom picolinaat kan dit proces dempen doordat het de werking van insuline versterkt. Er is dan minder insuline nodig om suiker uit het bloed op te slaan. Ook magnesium wordt beter door uw lichaam opgeslagen en vastgehouden.

Maar suiker heeft nog een effect in uw lichaam. Een overmaat aan glucose en met name fructose bindt makkelijk aan receptoren of eiwitten in de celwand van bloedvaten en beïnvloedt zo het functioneren daarvan. Dat heet glycolysering. Een belangrijk proces wat zo verstoord raakt is het transport en de opname van cholesterol en andere LDL vetten. Cholesterol vormt het hoofdbestanddeel van de isolatie om uw neuronen. Het is een beschermende factor in uw celwand tegen al te reactieve stoffen. De neurotransmitter glutamaat bijvoorbeeld. Cholesterol zorgt ook voor de opname en het bewaren van glutamaat wat door de synaps is afgescheiden. Raken deze functies verstoord dan gaan neuronen elektrolyten lekken en minder goed functioneren. Ook de celwand die de hersenen van de bloedcirculatie scheidt raakt door oxidatieve stress lek. Deze normaal ondoordringbare laag laat dan ziekmakende bacteriën door. Alzheimer patiënten hebben deze verschijnselen. Bij deze mensen vind je in verhouding vaker bacteriën uit de darm in het bloed en de hersenen terug. En die horen daar niet. (2)